maandag 9 april 2018

Rudy's wereld ... Minderjarigen en leraars




Minderjarigen en leraars.

Wat volgt is gebaseerd op een waargebeurd verhaal, dat zich afspeelde in de kanteljaren. Je weet wel, de jaren waarin de onschuld definitief om zeep werd geholpen door de commercie.

Een klas 15-jarige studenten was zoals elk jaar op door de school georganiseerde 'bosklassen': een verblijf van een week in de bosrijke Ardennen, gevuld met wandelingen, bezoeken en alternatieve lessen. De studenten en begeleidende leraars verbleven in een klein dorp, in een hotel met twee verdiepingen. Dat laatste was belangrijk. De meisjes sliepen telkens met z'n tweeën in kamers op de eerste verdieping, de jongens op de tweede verdieping. Op de overloop, recht tegenover de trap, waakten elke nacht twee andere begeleiders. Ze moesten wel de hele nacht wakker blijven, maar hadden de volgende dag uiteraard geen taken. De maatregel was noodzakelijk, want hoewel het de jongeren duidelijk werd gemaakt wat kon en niet kon en dat er 'bewaking' zou zijn, waren er elke nacht wel enkele stoutmoedigen die bij hun liefje van de week probeerden te raken. De begeleiders wilden vooral voorkomen dat 'ze met meer zouden terugkeren dan ze vertrokken waren' - zoals ze het zelf luchtig uitdrukten. 

De derde nacht liep het mis.

Het was al voorbij middernacht, maar op de eerste verdieping was er nog steeds lawaai. Gegiechel, en af en toe enkele seconden luid gezang dat te horen was in heel het hotel. Een van de leraars die nachtdienst had op de overloop - laten we hem Johan noemen - had er uiteindelijk genoeg van. Hij vond de kamer waar het lawaai vandaan kwam, wachtte tot er opnieuw gezang te horen was en gooide de deur open. Hij snauwde dat beide meisjes vanaf nu stil moesten zijn of de volgende ochtend zouden gestraft worden. Uiteraard stopte het gezang onmiddellijk. Johan trok de deur dicht en zette zich opnieuw naast z'n collega. Hun thermosfles sterke koffie was nog vol. 

Twee uur later brak de hel los.

Gierende autobanden buiten het hotel. Een massieve Mercedes schoof het parkeerterrein voor het hotel op. Door een raam zagen de 'bewakers' een zware man uitstappen en naar de ingang van het hotel hollen. Hij leek een poging te willen doen om de gesloten deur in te beuken, en Johans collega haastte zich naar beneden om te voorkomen dat iedereen zou gewekt worden. Hij maakte meteen de deur los en wilde vragen wat er aan de hand was. De woedende chauffeur gaf hem echter geen kans. Hij schreeuwde dat hij z'n dochter kwam halen en dat ze er nog zouden van horen. Het meisje had hem blijkbaar getelefoneerd en gezegd dat een van de leraars 's nachts haar kamer was binnengekomen en haar had betast. Haar vriendin, die in dezelfde kamer sliep, had het verhaal bevestigd. En ja hoor, het ging over de kamer met het gezang. Het duurde wel even voor dat duidelijk werd, en daarna hadden beide meisjes tijd nodig om zich aan te kleden en hun koffer te pakken, maar na veel geroep en getier vertrok de vader met de twee meisjes op de achterbank van z'n dure Mercedes. 

Uiteraard was het hele hotel ondertussen wakker geworden, en het duurde een tijd voor de leraars iedereen weer stil kregen, maar uiteindelijk lukte dat toch. Het was tenslotte ook nacht, de vorige dag was vermoeiend geweest en voor de volgende dag stond er een dagtocht gepland. 

De volgende ochtend werd aan het ontbijt wat lacherig gedaan over het incident. De woedende vader zou er snel genoeg achter komen dat hij was voorgelogen. De andere studenten vonden het behoorlijk grappig. Van Sofie, de dochter van de chauffeur, kon je zoiets wel verwachten. Dat was een durfal. Een volbloed puber ook - vonden de andere pubers. De jongeren grapten onder elkaar wie van hen de volgende nacht zijn ouders zou bellen, en met welk verhaal. Er werd behoorlijk wat afgelachen. 

's Middags ging de telefoon.


De directeur aan de lijn. Hij vroeg naar Johan. Vertelde de leraar dat hij onmiddellijk z'n koffers moest pakken en naar huis vertrekken. Hij deelde ook mee dat Johan met ingang van de volgende dag geschorst werd als leraar en dat de school tot nader bericht voor hem verboden terrein was. Toen Johan vroeg waarom, antwoordde de directeur dat hij dat er niet aan twijfelde dat de leraar dat zelf wel wist. Hij had een vader over de vloer gehad, samen met twee meisjes en een advocaat. Ze hadden gedreigd de media te contacteren als de school niet onmiddellijk maatregelen nam tegen 'de onverlaat die de fysieke integriteit van de meisjes bedreigde en voor trauma's had gezorgd die een dure behandeling zouden vergen'. De directeur had geen poging gedaan om zijn leraar te verdedigen. Hij vroeg ook niet wat er gebeurd was. Toen Johan daarop wees, was het antwoord dat dat niet hoefde, want dat hij wist wat er gebeurd was. Een 15-jarige is immers nog minderjarig. En minderjarigen liegen niet - zo eenvoudig was het.

Johan had de rest van de dag nodig om thuis te geraken. Het openbaar vervoer was niet echt voorzien op het snel thuisbrengen van een Vlaming die ergens diep in de Ardennen verscholen zat. 

Twee dagen later kreeg hij de politie over de vloer. Er was klacht tegen hem ingediend. De beschuldiging luidde 'handtastelijkheden', met als bezwarende factor 'het feit dat het slachtoffer een minderjarig meisje was' en 'het feit dat hij in zijn hoedanigheid van leraar een zekere autoriteit had over het meisje.' Johan vertelde wat er echt gebeurd was. De agenten noteerden zijn verhaal, maar met de nodige afkeer op het gelaat. Weer 'zo'n vetzak die met z'n fikken niet van de grieten kon blijven.'

De volgende weken ging Johans naam over de tongen. Hij kreeg af toe telefoon van onbekenden die hem uitscholden tot hij zelf de verbinding verbrak. De getuigenis van de collega-bewaker dat hij niet lang genoeg was weggeweest om wat dan ook te hebben gedaan werd genegeerd. 'We willen dit uit de media houden' was het devies. De advocaat die hij na lang aarzelen zelf engageerde, vertelde hem meteen wat het hem zou kosten, vroeg een voorschot, en zei dan dat hij moest wachten tot de definitieve aanklacht bekend werd.

Twee maanden later kraakte de vriendin van de dochter. In een zoveelste gesprek met een psychiater bekende ze plots dat er helemaal niks gebeurd was. Dat Sofie de leraar gewoon een keertje had willen 'straffen' door haar vader te bellen. Ze hadden toch niks verkeerd gedaan? Wie zingt er nu niet op 'bosklassen'? Ze had echter niet verwacht dat haar vader zo agressief zou reageren. Ze was ervan uitgegaan dat hij de volgende week naar de school zou komen en dat Johan een vermaning zou krijgen of zo. Ze was zinnens geweest om haar verhaal in de loop van het weekend af te zwakken. De razernij van de man had er echter voor gezorgd dat ze uit angst bij haar oorspronkelijk verhaal was gebleven.




Bij de confrontatie tussen de twee meisjes viel ook Sofie zelf door de mand. Ze bekende haar vader dat er helemaal niks gebeurd was, dat Johans versie volledig juist was, en barstte in tranen uit. De vader was boos. Hij verweet z'n dochter maar een ding: 'dat ze hem weer veel geld had gekost'. Het was immers een dure advocaat. (Een pleonasme, eigenlijk.)

Johan heeft nooit meer lesgegeven. Op de school werd gefluisterd dat 'waar rook is vuur is'. De directie en scholenraad vreesden dat de geruchtenmolen een bedreiging zou vormen voor de toekomst van de school. Het zou wel eens nieuwe leerlingen kunnen afschrikken en dat zou pas een catastrofe zijn. Het dient gezegd dat Johan zelf ook geen enkele poging meer deed om ergens aan de bak te raken. Na een paar weken was hij onderuitgegaan en in een zware depressie beland. Volgens de geruchtenmolen is hij die ook nooit meer te boven gekomen. Van een vergoeding of compensatie of hulp was nooit sprake. De argumentatie kwam uiteindelijk telkens hierop neer: 15-jarigen zijn toch nog kinderen? Kinderen doen nu eenmaal domme dingen, dat is hun aard. Kattenkwaad was het, meer niet. Een leraar zou toch moeten weten dat hij daaraan niet zo zwaar moet tillen? 

Wat er van Johan uiteindelijk geworden is? Geen idee. Hij verdween van de radar. De andere leraars van de school, degenen die het roddelcircuit in stand hadden gehouden, reageerden echter wel. Ze vonden ineens dat er consequenties verbonden waren aan het gebeurde. Ze weigerden vanaf dat ogenblik om nog langer mondelinge overhoringen in hun eentje af te nemen. Dat was te gevaarlijk(!). De klasdeur moest vanaf dan ook altijd openblijven en er moest minstens een tweede leerkracht, liefst van het andere geslacht, als getuige aanwezig zijn. Het was dat of geen mondelinge overhoringen en examens meer. Bovendien was het leraarskorps het er ook over eens dat wanneer een student toevallig een keertje verdriet had je uit de buurt moest blijven. Leraars moesten nu maar eens eindelijk beseffen dat minderjarigen nooit liegen. In een 'jouw woord tegen het hare of zijne' maakte je als volwassene immers geen kans.

Nu, zoveel jaar later, denk ik dat het een voorbode was van wat nu dagelijkse kost is. Hystery rules the world. De social media zorgen ervoor dat mensen onmiddellijk reageren, zonder nadenken, zonder overleg, in een opwelling. Hysterie kan worden opgeklopt tot lynchniveau. Er staat geen rem meer op. Technisch niet, en in de geesten niet. Fake news werkt omdat mensen alles willen geloven. Als het maar sensationeel is. 

Het woord van het decennium? Mindf*cked. De hardste roeper, de grofst gebekte, de meest provocerende wordt gehoord. Creëert gewild of ongewild een schare volgelingen. En voor je het weet...

Neen, er zullen geen doden vallen. Er vallen al doden. Misschien moeten we daar met z'n allen maar eens een keer... 
Ach, laat maar.

Geen opmerkingen: