vrijdag 2 februari 2018

Rudy's wereld


Gedachten na Nieuw-Zeeland



Zoals een aantal onder jullie wel zullen weten zijn we een maand naar Nieuw-Zeeland geweest. De beslissing om er naar toe te gaan heb ik genomen nadat ik me maanden eerder ineens een uitspraak van mijn grootvader zaliger herinnerde. Op een wat bizarre manier leek het alsof de man van op een wolk met z'n vingertje zwaaide en 'je vergeet wat, idioot' riep.
De uitspraak?
'Een mens heeft op zijn laatste bed zelden spijt over wat hij heeft gedaan, maar altijd spijt over wat hij niet heeft gedaan.'
Natuurlijk kun je daar uren over filosoferen. Het lijkt me op z'n minst echter een van de fundamenten van het begrip 'bucketlist'. Een begrip dat we allemaal kennen, maar waar we o zo weinig tijd voor maken. We hebben geen tijd meer voor tijd. 'De tijd nemen' lukt niet meer. Tot het te laat is. Het is echt wel een leuke oefening - als je ooit eens vijf minuten tijd hebt, tenminste - om een lijstje te maken met echte to do's. Met echt bedoel ik dan een to do waarvan je nu al weet dat je op het einde van je leven spijt zult hebben dat het een to do gebleven is. Geloof me, heel verhelderend, op allerlei vlakken.
Een reis naar Nieuw-Zeeland stond al jaren op mijn lijstje. Waarom? Geen idee, eigenlijk. Er hing in mijn hoofd een haast mystieke waas over het land. Onbereikbaar ver - letterlijk de andere kant van de aardbol - dun bevolkt, bekend van de haka, de aardbevingen, het rugby, de Maori. Al is 'bekend' in dit geval een verkeerde term. De bekendheid van een sprookjesland. Bovendien een bestemming waarvoor de modale medemens spontaan redenen verzint 'waarom hij wel zou willen maar niet kan gaan'. Misschien was dat wel het echte aantrekkingspunt. Hoezo, niet kunnen? Is het gras groener aan de andere kant van de heuvel? Die heuvel is ook spreekwoordelijk onbereikbaar. Maar om dat zeker te weten, moet je dan toch op z'n minst niet een keertje proberen om die heuvel te bereiken?
Nieuw-Zeeland onbereikbaar? Ja, hoor. En al helemaal voor iemand die een leven lang zijn angst voor vliegen had verpakt/verkocht als 'grondige hekel'. Want het is wel degelijk ver.
Dat was en is trouwens de eerste opmerking die we nu krijgen wanneer we iemand vertellen dat we in Nieuw-Zeeland zijn geweest. 'Het is zo lang vliegen'. Inderdaad. Vierentwintig uur. Letterlijk. En minimum. Al was dat ook een argument om het nu te doen. Vierentwintig uur lang in vliegtuigen zitten is namelijk niet iets waarmee je moet wachten tot je ergens in de tachtig bent - als je dat al ooit wordt, natuurlijk. Het is een fysieke uitdaging, sowieso. Om iets van je bucketlist af te vinken is enige zin voor realisme toch ook soms een voorwaarde.
Als je geïnteresseerden vraagt waarom ze eigenlijk naar Nieuw-Zeeland willen, krijg je vaak als antwoord 'het schijnt fantastisch mooi te zijn.' Dat is het ook. Een local - je weet wel, een Kiwi, een term waarvan sommigen nog altijd denken dat hij naar het fruit verwijst - verklaarde ons de overdonderende schoonheid als volgt.
Toen God aan de aarde begon, had Hij een aantal tovertrucjes in gedachten, maar wilde Hij die eerst een keertje uitproberen. Liefst op een afgelegen eiland. Je wist immers maar nooit. Hij heeft dat ook gedaan. Op Nieuw-Zeeland. Toen Hij het resultaat zag was Hij tevreden, en heeft Hij alles wat er nog aan moois overbleef verdeeld over de rest van de wereld.
Een 'verklaring' die een grond van waarheid bevat. Je kunt het inderdaad niet zo gek bedenken of je vindt het wel in Nieuw-Zeeland. Dat je bovendien voortdurend het gevoel krijgt dat Moeder Natuur voor de overgrote meerderheid van de Kiwi’s een prioritaire status heeft, is natuurlijk meegenomen. Als je alle officiële natuurparken wilt bezoeken, bijvoorbeeld, ben je echt wel een tijdje bezig.
Officieel krijg je de raad om tijdens het autorijden - we hadden een wagen gehuurd - Google Maps vooral niet te geloven als je het om een reistijd vraagt. 'De wegen zijn te kronkelend, het waait er soms hard, vaak wordt er ook gewerkt aan de wegen, en daar houdt Google allemaal geen rekening mee' is dan de verklaring. Onzin. De echte reden is dat je om de haverklap moet stoppen voor weer een uitzicht dat je absoluut op de gevoelige plaat wilt vastleggen. Een plek waar je gewoon niet zomaar voorbij kunt rijden. Af en toe ronduit verbijsterend. Soms lijkt het zelfs dat iemand computereffecten heeft gebruikt om al dat schoons te 'maken'. Ongeloofwaardig mooi, zeg maar. Een schoonheid die je soms raakt zoals alleen muziek je kan raken. Beyond the ratio. Een streling die ergens tussen je nek en je schouders blijft zitten als herinnering.
En toch... Toch was het niet de natuur die de meeste indruk heeft gemaakt.
Wat ons altijd zal bijblijven, en wat ons ook heeft doen beslissen om zeker nog terug te gaan, zijn de Kiwi's zelf. De Nieuw-Zeelanders. De openheid, de vriendelijkheid, de ontspannenheid waarmee we elke dag weer opnieuw werden geconfronteerd, waren... Euh, confronterend, dus. We hebben bijvoorbeeld wel honderd keer tegen elkaar gezegd 'dat zou je bij ons in Europa niet moeten proberen'. Logische dingen, hoor, maar wel dingen die in ons vergiftigde Europa worden weggezet als niet rendabel. Ons Europa waarin de individuele graaicultuur dagelijks wordt geafficheerd als het nieuwe normaal. Op straat gewoon 'goedemorgen' zeggen is hier op vele plaatsen al een risico geworden. Je ziet mensen meteen denken 'wat wil die van mij'? Als je dan in zo'n warm bad van oudmodisch maar normaal menselijk gedrag terechtkomt, denk je vaak, zoals wij, 'dus zo kan het dus toch nog?'
Natuurlijk besef ik ook wel dat we er als toeristen waren, en dat je dan een aantal dingen niet ziet die misschien minder positief zijn. Elk land heeft z'n problemen, dus ook Nieuw-Zeeland. Natuurlijk. Maar het gaat om een algemene sfeer. Los van het feit of je nu in een stad of op het platteland bent. Hulpvaardigheid, interesse, openheid, eenvoud, gezond verstand - het leek er allemaal zo vanzelfsprekend.

Natuurlijk helpt het wel als er in een land dat ongeveer zo groot is als Groot-Brittannië maar vier en een half miljoen mensen wonen. 'Ruimte' is namelijk een sleutelbegrip. Zet te veel mensen - welke mensen dan ook - in een te kleine ruimte, en je krijgt sh*t. Honderd procent zeker. Gegarandeerd. Altijd. Dat noemt men Het Ratteneffect. Twee ratten in een doos kunnen perfect samenleven. Honderd ratten in dezelfde doos vreten mekaar op. Zet enkele mensen in een grote ruimte en de natuurlijke neiging om samen te werken wordt ineens logisch. Uit noodzaak, ja, maar dat is niet zo belangrijk. Als samenwerken generaties lang wordt doorgegeven, lijkt het alsof het in de genen wordt ingebouwd. Op een eiland (twee eigenlijk) wonen dat dan ook nog minstens drie uur vliegen van de dichtste buur verwijderd is, helpt dan natuurlijk wel.
Wat ook opvalt, is hoe snel je je aanpast aan deze leefstijl. Voor je het weet bijvoorbeeld sla je een praatje met zowat iedereen. In het begin lijkt 'vragen waar iemand vandaan komt' een nationale sport. (En ze vragen het niet alleen aan buitenlanders. Een Kiwi vraagt dat blijkbaar aan iedereen die niet exact hetzelfde Engelse accent heeft als hijzelf, en dat is dus zo ongeveer iedereen).
Na enkele dagen doe je daar vrolijk aan mee. En na nog enkele dagen begrijp je niet goed meer waarom je dat in het begin zo eigenaardig vond.

Er is zoveel over te vertellen... Te veel om dat hier te doen. Vandaar dat ik het plan heb opgevat om met mijn filmisch verslag een avond te organiseren voor mensen die een bezoek aan Nieuw-Zeeland overwegen, maar meer willen weten over de praktische kant van de zaak. Niet vanuit het standpunt van een reisagentschap - we zijn geen kenners - maar vanuit de ervaringen van een individuele bezoeker. Veel vragen zullen onbeantwoord blijven, maar we kunnen wel enkele suggesties doorgeven die je vele, vele euro's kunnen besparen.
Wordt vervolgd.


PS. En voor ene Maurice: in de loop van de vier weken dat we het Noord- en Zuideiland hebben doorkruist, hebben we maar één chauffeur gezien die sneller en agressiever reed dan toegelaten. Slecht 1! Een enkele dus! En ja, geloof het of niet. Inderdaad.
Een BMW. :-)

Geen opmerkingen: